De ontwikkeling van de energierekening

Wanneer je een woning huurt, heb je ook de basisvoorzieningen gas, water en licht nodig. Deze worden vaak afgekort tot GWL, waarbij licht staat voor elektriciteit in het algemeen. Huurders kunnen niet zonder GWL: gas is nodig om te koken, water gebruikt men voor talloze dingen in en om het huis en elektriciteit is van belang voor licht en vaak ook voor de verwarming. Als je kijkt naar de huurprijs van een woning, is het belangrijk om te weten te komen of de kosten voor GWL al bij de huurprijs inbegrepen zijn of niet. Indien de huurprijs exclusief de kosten van GWL is, is het belangrijk om bij de verhuurder te informeren over de deze kosten. Verhuurders mogen deze kosten in rekening brengen onder de noemer ‘servicekosten’, maar mogen nooit meer kosten in rekening brengen dan er daadwerkelijk zijn gemaakt. Ieder jaar moet de verhuurder ook een overzicht maken van de gemaakte kosten, zodat hier niet mee gesjoemeld kan worden. Soms betalen huurders de kosten voor GWL ook direct aan een energiebedrijf. Gemiddeld betaalt een eenpersoonshuishouden zo’n 140 euro per maand aan GWL, wel kan dit bedrag verschillen per type woning.

Een stijgende energierekening

De afgelopen jaren is de energierekening voor veel huishoudens steeds hoger geworden en ook in 2019 zal deze weer stijgen. De stijging van de rekening heeft verschillende oorzaken. Ten eerste is sinds 2013 de wet Opslag Duurzame Energie van kracht (ODE). Het gaat hierbij om een opslag die betaald moet worden bovenop de energierekening en die vervolgens gebruikt wordt om productie van duurzame energie te stimuleren. De invoering van de ODE zorgde vanaf 2014 voor een directe verhoging van de energierekening. Ook in 2019 zal de opslag die en betaalt weer hoger zijn: de bijdrage voor gas is verdubbeld en de bijdrage voor elektriciteit stijgt met de helft.

Een andere reden van de stijging van de energierekening is de belasting die men moet betalen op de energierekening. In januari 2019 bestond de totale energierekening van een huishouden voor maar 47% uit belasting, terwijl dit een jaar eerder nog 45% was. Dit komt omdat de belastingen op gas en elektriciteit ook in 2019 weer zijn gestegen. Gas is meer vervuilend voor het milieu en wordt zwaarder belast, de belasting hier op ging dus begin 2019 omhoog. De belasting op elektriciteit ging omlaag, maar de heffingskorting ging ook omlaag. Heffingskorting, ook wel vermindering energiebelasting genoemd, is een vast bedrag dat in mindering wordt gebracht op de verschuldigde energiebelasting. De verlaging van de belasting op elektriciteit in combinatie van de verlaging van de heffingskorting zorgen dat er netto nog steeds een stijging is in de hoogte van de elektriciteitskosten.

De opbouw van de energierekening

Behalve de te betalen belastingen en opslagen, spelen ook de transport- en leveringskosten van energie een rol bij de hoogte van de energierekening. De leveringskosten zijn als het ware ‘abonnementskosten’ die je betaalt aan energieleveranciers voor hun dienstverlening. De hoogte van deze kosten mogen door energieleveranciers zelf bepaald worden en kunnen dus verschillen onder verschillende leveranciers. Ten opzichte van 2018 gingen in 2019 de leveringskosten van elektriciteit en gas omhoog. De leveringskosten van gas stegen met 20% en de leveringskosten van elektriciteit stegen met maar liefst 31%. Dit zorgde voor een gemiddelde stijging van de jaarlijkse energierekening met 175 euro. De energie transportkosten zijn de kosten die gemaakt worden bij het transport van gas en elektriciteit vanaf de bron tot het stopcontact van consumenten. Om te zorgen dat de kosten voor transport niet te hoog worden en deze eerlijk berekend worden, is de Autoriteit Consument & Markt (ACM) verantwoordelijk voor het vaststellen van de hoogte van deze kosten. Transport van gas en elektriciteit werd in 2019 een fractie goedkoper dan in 2018, dit scheelt echter maar 3 euro op jaarbasis en weegt dus niet op tegen de verhoging van de leveringskosten.